Doe de slaaptest!

Op deze site hebben we ook een kleine test waardoor je een indicatie kan krijgen van je slaapprobleem. Klik hier om met de slaaptest te starten!

Ook erg handig is het slaapdagboek. Door zo goed mogelijk te noteren wanneer je slecht heb geslapen, is dit slaapdagboek een eerste stap en handig hulpmiddal naar een betere slaap. Stap vervolgens met dit dagboek naar je huisarts en hij kan zo helpen om samen je slaapprobleem tijdig te herkennen.

Slaapapneu

Snurken is niet altijd onschuldig.

Ongeveer één man op twee snurkt, maar ook vrouwen hebben er last van, bijna één op zeven. Snurken wordt veroorzaakt door het trillen van de slijmvliezen in de keelholte. Het geluidsniveau kan gaan tot 95 dB. Dat is even luid als een zaagmachine!

Als je erg luidruchtig snurkt, kan dat wijzen op het slaapapneusyndroom. Deze aandoening gaat bijna steeds gepaard met luidruchtig snurken, waarbij de luchtweg dichtklapt. De ademhaling stopt soms een minuut, het zuurstofgehalte in het bloed daalt en het lichaam lijdt aan een zuurstoftekort: de lippen worden blauw, de hersenen hebben dringend zuurstof nodig en laten je wakker schrikken. Op dat moment kan er terug lucht stromen door de opengestelde luchtwegen en je valt terug in slaap, niet bewust dat je op het randje van de afgrond gebengeld hebt. Dit patroon herhaalt zich meerdere keren per nacht. We kunnen stellen dat gemiddeld één op 20 volwassen personen lijdt aan het slaapapneusyndroom.

Ook jongeren kunnen last hebben van slaapapneu. Dit leidt onder meer tot aandacht- en concentratieproblemen overdag. Kinderen met slaapapneu voelen zich overdag ook abnormaal slaperig. Ze doen het op school minder goed en vertonen meer gedragsproblemen zoals hyperactiviteit. Verder is er bij zwaarlijvige kinderen een verband tussen de ernst van het slaapapneu en een verhoogde concentratie aan suikers en vetten in het bloed. Op langere termijn kan dat resulteren in een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

De gevolgen van het slaapapneusyndroom zijn niet te onderschatten:
1. overmatige slaperigheid overdag met kans op ongevallen op het werk of in het verkeer.
2. complicaties zoals hoge bloeddruk, verkalking kransslagaders, beroertes, hartritmestoornissen.
3. stoornissen in de suiker- en vet-huishouding: suikerziekte en lage goede cholesterol (HLD-C)

Om te weten of je lijdt aan slaapapneu moet je (of vooral je partner) er om te beginnen aan denken. Als je snurkt, regelmatig stopt met ademen en overdag makkelijk wegdoezelt als je ergens zit te wachten, dan is de kans erg groot dat je met slaapapneu opgezadeld zit. Laat dit dan alsjeblieft onderzoeken in een slaap- waakcentrum. Met één nachtje ziekenhuisverblijf kun je meestal de diagnose stellen. Het grote probleem is dat je het zelf onmogelijk kunt weten, want wie telkens opnieuw wakker schrikt na een adempauze is te kort wakker om er zich ’s morgens nog iets van te herinneren.

Hoe vallen we in slaap?

Dr. Bruno Ariens:

Sam, 8 jaar oud, zet zich na het avondeten achter zijn bureau om zijn huiswerk te maken. Hij is zich niet bewust van de alsmaar toenemende opbouw van slaperigheid, kort na de middag heeft hij wel een dipje gehad, maar nu is hij volledig geconcentreerd op de leerstof. Diep in zijn hoofd draait zijn waakcentrum op volle toeren om Sam wakker te houden door weerwerk te bieden aan de opkomende moeheid.

Maar dan beginnen de signalen om wakker te blijven te verminderen, de slaapdruk neemt toe en Sam kan een geeuw niet meer onderdrukken. Na een half uurtje ontspanning gaat hij naar bed en als hij zijn ogen sluit, vertrekt een signaal naar een kliertje in de hersenen dat melatonine vrijzet in het bloed. Dit natuurlijk slaaphormoon wordt de hele nacht door aangemaakt en onderdrukt de werking van het waakcentrum. Zich onbewust van al die automatische processen in zijn hoofd geniet Sam nog even van de warme, zachte geborgenheid van zijn bed, om zachtjes dromenland binnen te glijden. (meer lezen…)

10 slaapgeboden

Goed slapen, je kan het leren. Volgende slaaptips zijn alvast een goede start.

  • Beperk een middagdutje tot een half uur, zodat je ’s avonds moe genoeg bent.
  • Drink ‘s avonds best geen koffie of alcohol en vermijd zware maaltijden voor het slapengaan. Ga ook niet met honger slapen.
  • Lees niet te lang in bed en kijk ook niet te lang televisie, hou je bed alleen om te slapen of te vrijen.
  • Creëer een rustige en donkere slaapomgeving en gebruik eventueel oordopjes. Lucht ook regelmatig je slaapkamer en zorg voor een goede kamerventilatie.
  • Let op de kamertemperatuur: ideaal is tussen 16° en 18°C. Pas het deken of dekbed aan de omgevingstemperatuur aan.
  • Maak je geen zorgen als je ’s nachts even wakker wordt, dat overkomt iedereen wel eens.
  • Blijf niet draaien en keren in bed. Als je de slaap niet kan vatten, sta dan op en ga iets rustig doen tot je opnieuw moe genoeg bent.
  • Probeer zowel tijdens de week als in het weekend op een vast tijdstip te gaan slapen en op te staan. Dat helpt om een vast slaapwaakritme te ontwikkelen en bevordert de kwaliteit van de slaap.
  • Hou een moment van ontspanning voor het slapengaan. Een avondritueel waarbij je een aantal handelingen elke avond opnieuw doorloopt werkt erg krachtig om je voor te bereiden op de slaap. Maak eventueel gebruik van relaxatietechnieken.
  • Verplicht jezelf om overdag aan lichaamsbeweging te doen. Vermijd wel zware inspanningen vlak voor bedtijd.

Powered by WordPress bewerkt en vertaald door werkgroepen.net